Hoe moet je als manager omgaan met onderzoek?

Gepubliceerd in NRC op 9 oktober 2021

Hoe moet je als manager omgaan met onderzoek?

Een paar weken geleden kwam uit dat beroemd onderzoek van sterpsycholoog Dan Ariely niet deugt. En om de haverklap blijkt dat resultaten van sociaal-wetenschappelijke studies niet gerepliceerd kunnen worden. Wat moet je hiermee als manager die graag evidence based wil werken?

In een publicatie uit 2012 stelde Ariely dat mensen betrouwbaarder informatie verstrekken als je ze vooraf laat tekenen voor de juistheid ervan, in plaats van achteraf zoals bijvoorbeeld op belastingformulieren. Nu blijkt dat Ariely (wat zijn critici zeggen) of iemand anders (zoals Ariely beweert) de data voor deze studie heeft verzonnen. Goed om te weten: in 2020 was dit onderzoek al herhaald en werden geen significante resultaten gevonden. Ariely was zelf bij de replicatie betrokken.

Hoe dan ook, als je – net als ik – in 2012 dacht: mooi onderzoek, dan vraag je je nu misschien af: wat is eigenlijk een verstandige manier om naar dit soort research te kijken? Drie adviezen aan mijzelf en iedereen die zich aangesproken voelt.

1) Check het onderzoek. Wetenschappers zijn net mensen. En dus moeten we hun werk kritisch beoordelen. Vraag voordat je belangrijke beslissingen baseert op research: hoe zat dit onderzoek in elkaar? Wat zeggen specialisten erover? Is het gecheckt of gereproduceerd? Wat zijn de resultaten van vergelijkbare studies?

Stel ook de vraag: cui bono? Wie heeft baat bij de resultaten van dit onderzoek? Waren er belanghebbenden betrokken? Is het voor de loopbaan van deze academicus belangrijk dat hij met iets verrassends komt?

En als je een lichte opwinding voelt, iets als: wow, dit onderzoek verklaart veel, of: wat een elegante oplossing voor een complex probleem, dan is het misschien net iets te mooi om waar te zijn.

2) Check je vertaalslag. Bij de vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk is het goed wat slagen om de arm te houden. Allereerst omdat een kantoor of een fabriek geen gecontroleerde onderzoeksruimte is waar je heel secuur één variabele manipuleert en vervolgens mooie geïsoleerde effecten ziet. De gemiddelde werkpraktijk is complex en slordig. Interventies die leuke resultaten opleveren in het lab, leggen het in de werkpraktijk af tegen een veelheid aan andere prikkels.

Daarnaast geldt dat de proefpersonen in veel sociaal-wetenschappelijke experimenten weird zijn: western, educated, industrialized, rich and democratic. Misschien lijken jouw klanten of collega’s helemaal niet op de eerstejaars psychologiestudenten op wie dat leuke onderzoek is uitgevoerd.

3) Check je plan. Wat heb je in handen als je kritisch hebt gekeken naar onderzoek en je eigen vertaalslag hebt gemaakt? Enkel een nieuwe hypothese. Een idee dat zich in jouw praktijk nog moet bewijzen.

Bij een hypothese hoort een onderzoekende houding. Weersta de verleiding je stelling tot waarheid te verklaren. En verlang naar feitelijke informatie om je idee aan te scherpen. Zo doorloop je telkens de empirische cyclus. Je hebt een plan, probeert het, bekijkt de resultaten, stelt bij. Plan, do, check, adjust.

Het doel van management is tenslotte niet je eigen gelijk te bewijzen. Het gaat erom dat je een aanpak vindt die praktische resultaten oplevert. Managen is en blijft een leerproces.

Ben Tiggelaar
(verschenen als column in NRC)


Delen

      Ontvang 1 keer per maand de 3 beste #TIPS die Ben tegenkomt in zijn werk

      Ik geef toestemming voor het bewaren van mijn gegevens